DE VROUW

‘De vrouw zal het onbekende ontdekken!’

Arthur Rimbaud, uit mijn Paul Claes exemplaar blz 139.

WOORD

Allegorie

HET GROTE MAGAZIJN

Het geheugen als een groot magazijn.
Als hét grote magazijn.
‘When the sun hits’ (song).
Je kunt er in rondrijden, met zo’n reachtruck of met een gewone clark. Staan er barcodes op de paletten? Hoe veel personeel werkt er? Zijn zij kabouters? Elfen? Engelen?
(De hemel kleurt rood, het zachtste rood van de wereld. Het licht werpt zijn bijzondere schijn, het lijkt alsof de goden net boven het aardoppervlak zweven, alsof zij ons en onze maaksels net aanraken, of net niet – het rode is goud.)
Een van de kabouters botste met de pinnen van zijn truck tegen een pallet en er viel een doos naar beneden. De doos is stuk en de inhoud (dozen in dozen) ligt verspreid tussen en onder de rekken. De kabouter vindt het grappig en roept zijn collega’s om te komen kijken. Ze lachen allemaal mee en beginnen dadelijk te helpen. Het is een vrolijke bende die straks in het goud van de goden zal baden – buiten, op het gazon, er staan tafels en banken.
(de hemel kleurt roder, het zachtste rood van de wereld. Het is nog vroeg – dit is ploegenarbeid, maar dat kan het goede humeur van de kabouters, elfen en engelen niet bederven, integendeel. Ze hebben de steun van de goden.)
‘Alison’ (song).
(De wolken dragen het zachtste rood mee. Ze glijden naar het westen. De zon zit op haar troon en zegt dat het een spel is.)
Het gejoel tussen de rekken van het magazijn ebt weg. De kabouters, elfen en engelen staan aan de deur, wachten op de bel, jaha! ze mogen naar buiten. Het is tijd voor de banken, voor het gras, en voor het echte rood van de echte wolken. Ze openen hun brooddozen – brooddozen op kabouter-, elfen- en engelenformaat.
Met hoeveel ze zijn? Met minstens honderd. Het grasplein is gevuld, de plaatsen op de banken zijn ingenomen. De kabouters, elfen en engelen vertellen dat het een lieve lust is, af en toe zit er een grap tussen, dan kletsen ze zich op de dijen. Even later zijn ze ernstig. Ze zien dat het rode goud de grond en het gras raakt. Ze weten dat ze de steun hebben van de goden. Ze zien de zon op haar troon, en weten dat het goed is, dat zij morgen opnieuw zal verschijnen, en de dag erna, en de dag erna, en dat zij haar licht en haar zachtheid over de aarde zal werpen. Gul is zij.
‘My book is closed’, uit ‘Golden Hair’, song.